In gesprek met Carola Schouten

Vrijdag 27 januari | 18.30u.
Ga in gesprek met Tweede Kamerlid Carola Schouten en andere CU vertegenwoordigers.
Locatie: Zalencentrum Zidewinde, Julianalaan 1 te Sprang-Capelle.

Ga in gesprek met Tweede Kamerlid Carola Schouten en andere CU vertegenwoordigers.
Locatie: Zalencentrum Zidewinde, Julianalaan 1 te Sprang-Capelle.

Wat is het standpunt van de ChristenUnie over de hypotheekrenteaftrek, de kilometerheffing, jeugdzorg, veiligheid, de financiële crisis en nog veel meer...

Word lid van de ChristenUnie! Ontvang het partijblad HandSchrift, stem mee op het congres, praat mee op het ledenforum.

Doe mee met de ChristenUnie! Word lid, meld je aan voor de nieuwsbrief, volg ons op Twitter en nog veel meer!
michielvdstelt Wetenschap 24 - Utopie http://t.co/bL3orLOg via @wetenschap24
H_Vreugdenhil Mooie debatavond bij CU Limburg, fijn om de worteling van ChristenUnie in Limburg van zo nabij mee te maken
H_Vreugdenhil Mag vanavond debatavond over zorg leiden voor ChristenUnie Limburg met medewerking van Esmee Wiegman
H_Vreugdenhil Een gitzwarte lucht voorspelt een natte en donderrijke afsluiting van deze prachtige zonnige dag
michielvdstelt Promotiepraatje bij @omroepmax over tolerantie van Azerbeidzjan! @opendoorsnl zegt heel wat anders http://t.co/6AlKN6lM
michielvdstelt Weizener, Wurst en Curry klaarzetten! Heerlijk Champions League avondje. Go Bayern!!! #miasanmia
H_Vreugdenhil "@RVVH1: Vanmiddag RVVH-ASWH om 14:30 uur Ridderkerk. Nacompetitietopper om plek in Topklasse live op @1008am GrootNieuwsRadio #sportpodium
woensdag 12 oktober 2011 13:29 ChristenUnie Aalburg blijft vrijwel alleen staan bij haar zorg over de gevolgen van WMO in Aalburg. En heeft in opiniërende raad onderstaande vragen gesteld.In het debat heeft alleen Ideaalburg in gelijke bewoording uitgelaten bij onze zorg. Ook PvdA houd haar zorgen. Voor ons aanleiding genoeg om de volgende inbreng te leveren en de volgende vragen te stellen. Een aantal vragen sluiten aan bij de WMO raad maar zeker ook bij het rekenkameronderzoek wat aangeeft dat we te weinig sturingsinformatie hebben in dit belangrijk dossier Wet Maatschappelijke Ondersteuning.
De Wet Maatschappelijke Ondersteuning is bedoeld om steun te verlenen aan zwakkeren die de steun nodig hebben. Een positief uitgangspunt wat wij ook in de Bijbel terug mogen vinden. Voor ons als partij is goede zorg en het steunen van zwakkeren dan ook een belangrijk speerpunt. Wij lezen de voorstellen dan ook met extra interesse, maar ook met gemengde gevoelens. Aan de ene kant zijn wij blij met de goede punten die de voorstellen bevatten, aan de andere kant zijn wij ook kritisch en ook teleurgesteld over onderdelen die nog beter kunnen. Wij willen niet bezuinigen op de zwakkeren in de samenleving, dus niet op zorg en de WMO. Besparingen kunnen wij steunen, zolang het geld ten goede blijft komen van de zorg. Dat is helaas in uw voorstellen niet altijd het geval. Wij gaan u zeven concrete vragen stellen over zeven onderwerpen binnen de WMO.
Zorgtaken Als partij hebben wij moeite met een strikte omschrijving van minuten per zorgtaak. Wij vinden dat zorgtaken goed uitgevoerd moeten worden, wat de ene keer wat langer en de andere keer wat korter zal duren. Wij geloven niet in zorg met de stopwatch. Ook hierin is in onze ogen maatwerk nodig. Wij beseffen echter wel dat een bepaalde mate van specificeren van minuten per zorgtaak nodig is. Vraag 1: Gaat u hier in de praktijk ook maatwerk in toepassen om zorg met de stopwatch te voorkomen?
Antwoord: Wij passen altijd maatwerk toe. Na het gesprek wordt vastgesteld bij welke werkzaamheden ondersteuning nodig is. Dat kunnen “standaard” schoonmaak werkzaamheden zijn, maar ook extra werkzaamheden bijvoorbeeld omdat iemand bedlegerig is of omdat er jonge kinderen in huis zijn. De uitgebreide omschrijving van de verschillende werkzaamheden met de daarvoor toegekende tijd en daarbij een omschrijving van mogelijkheden om extra tijd toe te kennen in bijzondere omstandigheden geeft juist de mogelijkheid om iedere situatie individueel te beoordelen. Het is niet mogelijk om wekelijks een verschillend aantal uren in te zetten afhankelijk van de situatie of de werkzaamheden. Dat is echter geen probleem, omdat de zorgaanbieders de werkzaamheden goed kunnen plannen en hun planning kunnen aanpassen aan de situatie van het moment als dat nodig is.
Eenzaamheid Wij missen het voorkomen van eenzaamheid in de stukken. Bij resultaatgebied 8: het hebben van contacten en deelname aan recreatieve, maatschappelijke en religieuze activiteiten worden te weinig concrete beleidsregels genoemd. Juist door de zorgtaken tot op de minuut te specificeren zal de sociale rol van de hulp beperkt worden vrezen wij. Vraag 2: Wat gaat u er aan doen om eenzaamheid, waar mogelijk, te voorkomen? Welke beleidsregels bent u bereid om toe te voegen aan resultaatgebied 8?
Antwoord: In resultaat 8 gaat het om de mogelijkheid deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke en religieuze activiteiten, dat wil zeggen deel te nemen aan het leven van alledag. Veel van de in de eerste 7 resultaten genoemde collectieve of algemene voorzieningen stellen iemand, al dan niet als bedoeld bijeffect, in staat om sociale contacten aan te gaan. Een beperking op het gebied van sociale contacten is bijvoorbeeld vaak het gevolg van verminderde mobiliteit. Compensatie op het resultaat “ lokaal verplaatsen” heeft dan tot gevolg dat iemand ook (weer) in staat is om zijn sociale contacten te onderhouden. Ook een vrijwilliger die komt om de boodschappen te doen zorgt voor regelmatige contacten. Uiteraard kan er ook een vrijwilliger van een vrijwilligersorganisatie of vanuit de kerk gevraagd worden regelmatig bij iemand langs te gaan voor een praatje of een wandeling.
In de beleidsregels kan dat wat specifieker genoemd worden in het afwegingskader door een extra punt (eerste punt) toe te voegen dat luidt als volgt:
Punt 3 kan dan aangepast worden als volgt:
De rol van kinderen Wij vinden dat de rol van kinderen duidelijk is omschreven. Wij vinden dat kinderen geen zwaar huishoudelijk werk moeten doen, dit hebben wij eerder aangegeven. De wijze waarop het nu is omschreven, dat afhankelijk van de leeftijd, kinderen betrokken worden bij licht huishoudelijk werk kan onze instemming vinden. Wel vinden wij de leeftijdsgroep van 5 tot 12 te groot. Zo kan in onze ogen een kind van 5 jaar nog niet zoveel doen als een kind van tot 12 jaar. Mogelijk kan deze groep nog in twee groepen gesplitst worden of kan de ondergrens van vijf jaar nog enkele jaren omhoog. Vraag 3: Graag horen wij uw mening over het opnieuw bekijken en aanpassen van deze grenzen voor kinderen.
Antwoord: Kinderen tussen de 5 en 12 jaar worden naar hun eigen mogelijkheden betrokken bij lichte huishoudelijke werkzaamheden. Het is natuurlijk duidelijk dat de mogelijkheden van kinderen van 5 jaar nog heel beperkt zijn. Omdat er ook tussen kinderen nogal wat verschil is geeft het splitsen van deze groep of het omhoog brengen van de ondergrens geen extra duidelijkheid of garantie. Het blijft een individuele beoordeling van de mogelijkheden van het kind.
WMO raad Wij willen onze volledige steun geven aan de inbreng van de WMO-raad. Uw antwoorden zijn echter soms wat kort en vaag. Vraag 4: Gaat u werk maken van de aandachtspunten die de WMO raad aan u heeft meegegeven, en op welke wijze gaat u dit borgen in de uitvoering?
Antwoord: Wij gaan de aandachtspunten van de WMO- raad zeker meenemen in de verdere uitwerking. Hoe dat precies gebeurt, is afhankelijk van het onderwerp. De ambtelijke uren en indirecte kosten voor de uitvoering Wmo en ook het Gesprek worden intern gemeten volgens een al lang gebruikt systeem van tijdschrijven en output. Monitoring van resultaten komt aan de orde in de jaarlijkse Verantwoording maatschappelijke ondersteuning en in de later te ontvangen benchmarkrapportage. De WMO-raad wordt zoals gezegd betrokken bij de voorlichting aan de cliënten. Aandacht voor een ongewenste opeenhoping van kosten (de armoedeval) heeft aandacht tijdens het Gesprek.
Organisatorische kosten mogen niet stijgen Een gevaar van de kanteling is dat er meer organisatorische kosten komen. Wij willen dit jaarlijks als raad toetsen. Wij willen een percentage van organisatiekosten/ambtelijke uren ten op zichtte van de geleverde zorg en dat niet laten stijgen. Vraag 5: Wat is het percentage organisatiekosten nu? En wilt u dit jaarlijks meenemen in de voorstellen naar de raad?
Antwoord: Deze vraag overlapt enigszins de vraag van de WMO-raad over de monitoring van ambtelijke uren en indirecte kosten. In de SGBO uitgave benchmark Wmo 2010, resultaten over het jaar 2009 wordt geconstateerd dat de uitvoeringskosten (12%) op alle onderdelen gedaald zijn ten opzichte van de stijgende lijn van 2005-2008. Tevens wordt geconstateerd dat de extra taak huishoudelijke hulp niet heeft geleid tot een evenredige stijging van de uitvoeringskosten. Hoe meer gemeenten zelf indiceren, des te meer personeel maar toch lagere totale uitvoeringskosten. Aalburg indiceert 99,9% van de aanvragen zelf.
Tegelijkertijd hebben wij uit de benchmark gegevens kunnen concluderen dat onze formatie lager ligt dan het landelijk gemiddelde. Wij zullen u aan de hand van de benchmark Wmo 2011, resultaten over het jaar 2010 informeren. Wij verwachten deze uitgave in december 2011. De organisatiekosten hebben overigens geen invloed op de toekenning van de voorzieningen of het aantal uren huishoudelijke verzorging aan een burger.
Kanteling mag geen bezuinigingsmaatregel zijn. Door de grote hoeveelheid bezuinigingen bij de landelijke overheid moeten we als gemeente de stapeling van bezuinigingen bij zwakkeren voorkomen en proberen op te vangen. Wij willen een sociale gemeente zijn. De kosten van de zorg stijgen echter hard. Budget gelijk houden of zelfs verminderen komt dus neer op minder zorg. Wij willen minstens verhoging van het WMO budget inflatie en ook dat de besparingen van de kanteling binnen het WMO budget blijven. Vraag 6: Wilt u toezeggen dat besparingen binnen het WMO budget blijven?
Antwoord: De besparingsmaatregelen, zoals wij deze hebben voorgesteld in “de effecten van de Kanteling” opgenomen in de kadernota, volgen de bedoeling van de Wmo en de Kantelingsgedachte. Meer verantwoordelijkheid leggen bij mensen die zelf regie kunnen voeren en de (financiële) middelen hebben om mee te kunnen doen in de samenleving. Tegelijkertijd wordt een groter beroep op de omgeving gedaan van degenen die ondersteuning nodig hebben. Wij willen u toezeggen, besparingen of niet, dat wij ondersteuning bieden daar waar dat nodig is.
Beschermen inwoner én ambtenaar. Wij vragen uw aandacht dat het maatwerk kan zorgen tussen een groter kennisgat tussen aanvrager en de ambtenaar wat voor gevoelens kan zorgen niet terecht behandeld te worden. De nieuwe regels moeten dus zowel de ambtenaar als de inwoner beschermen. Vraag 7: Wat gaat u doen om een kennisgat te voorkomen?
Antwoord: Het gevoel niet terecht behandeld te worden proberen we te voorkomen door begrijpelijke informatie te geven tijdens het Gesprek en met elkaar naar oplossingen te zoeken. In de beschikking wordt een motivering van de gekozen oplossingen (het arrangement) gegeven. Ook hierbij hanteren wij begrijpelijke taal. Uiteraard zorgt de rapportage en de beschikking ervoor dat het arrangement toetsbaar is aan de regelgeving.
Tot slot willen wij onze waardering uitspreken voor het vele werk dat is gedaan om deze plannen op papier te krijgen. Wij hebben vertrouwen in de ambtenaren die het gaan uitvoeren. Echter zijn wij het niet eens met een aantal, politiek, gemaakte keuzes door dit college. Wij willen niet bezuinigen op de zwakkeren in de samenleving, dus niet op zorg en de WMO. Wij zijn benieuwd naar uw antwoorden op onze zeven vragen en naar de mening van de andere raadsfracties. Dank u voor uw aandacht.
Deze vragen zijn schriftelijk ingediend en worden voor de raadsvergadering beantwoord.
Geen berichten gevonden.